Wanneer gebruiken

Gebruik deze algemene methode bij het toevoegen of herzien van een entiteit, bij een gewijzigde Monitr-inrichting en vóór een retrospectieve closingcontrole. De methode beschrijft de scope voor elke entiteit; klantnamen, ID's en uitkomsten horen in het Entiteiten-record.

Doel en risico

Leg vast welke entiteit, rapporteringsstructuur en bronnen voor controles gelden. Voorkom dat een controle cijfers uit een verkeerde entiteit, structuur, periode of scenario gebruikt. Een beschikbaar Monitr-rapport bewijst nog geen bronvolledigheid of formele sign-off.

Bronnen

Werkwijze

  1. Leg de gevraagde entiteit en exacte periode(s) vast. Bepaal of het om een maandcontrole, kwartaalreview of retrospectieve reeks gaat.
  2. Verifieer de actieve Monitr-sessie. Lees de organisatie en entiteit live; controleer ID, naam, valuta, boekjaargrenzen, boekhoudintegratie en laatste actualsdatum tegen het Entiteiten-record. Raad geen ontbrekende ID's.
  3. Lees alle rapporteringsstructuren. Leg voor de primaire en eventuele aanvullende structuur de naam, ID en het doel vast. Kies bij meerdere structuren op basis van de bestaande klantafspraak; leg een onduidelijke keuze ter review voor.
  4. Controleer voor iedere gevraagde maand of de relevante actuals in de gekozen structuur beschikbaar zijn. Noteer de analyse-cutoff per maand en houd die gescheiden van de formele Monitr-LDA.
  5. Identificeer het relevante budget- of forecastscenario voor de controleperiode. Een huidige scenarioversie is niet automatisch de versie die historisch gold; noteer wijzigingen met ingangsdatum.
  6. Lees de entiteitsinstellingen voor frequentie, bronnen, reviewer en materialiteit. Neem alleen bevestigde waarden over. Laat ontbrekende afspraken zichtbaar open.
  7. Vergelijk met de vorige scopecontrole. Onderzoek gewijzigde ID's, structuren, bronnen of scenario's voordat je oude waarden overschrijft.

Waar vastleggen